ECLI:NL:RVS:2014:4695
Raad van State
- Hoger beroep
- M.G.J. Parkins-de Vin
- H. Troostwijk
- N. Verheij
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak rechtbank inzake afwijzing verblijfsvergunning vreemdeling wegens ontbreken nieuwe feiten
De staatssecretaris van Veiligheid en Justitie wees de aanvraag van een vreemdeling om een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd af. De vreemdeling stelde beroep in bij de rechtbank, die het besluit vernietigde en de staatssecretaris opdroeg een nieuw besluit te nemen. De staatssecretaris ging in hoger beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
De Afdeling oordeelde dat de rechtbank ten onrechte niet zelfstandig had beoordeeld of de vreemdeling nieuwe feiten of veranderde omstandigheden had aangevoerd die een toetsing van het besluit rechtvaardigden. Uit jurisprudentie volgt dat een bestuursrechter een opvolgend besluit van gelijke strekking alleen kan toetsen indien er nieuwe feiten of omstandigheden zijn.
De vreemdeling had onder meer een nationaliteitsverklaring en een geboortecertificaat overgelegd, maar kon niet aannemelijk maken waarom deze documenten niet eerder konden worden overgelegd. Daarom vormden deze geen nieuwe feiten. Ook andere stukken boden geen nieuwe feiten of omstandigheden.
De Afdeling verklaarde het hoger beroep gegrond, vernietigde de uitspraak van de rechtbank en verklaarde het beroep van de vreemdeling ongegrond. Er was geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep van de vreemdeling wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank vernietigd.