ECLI:NL:RVS:2014:4685
Raad van State
- Hoger beroep
- P.B.M.J. van der Beek-Gillessen
- Rechtspraak.nl
Bevestiging handhaving verwijderen erfafscheiding en tuinberging zonder omgevingsvergunning
Het college van burgemeester en wethouders van Bloemendaal heeft op 4 september 2012 een last onder dwangsom opgelegd aan appellant om een zonder omgevingsvergunning gebouwde erfafscheiding en tuinberging te verwijderen. Appellant stelde dat hij mocht vertrouwen op de koopovereenkomst met de gemeente en dat er concreet zicht op legalisatie bestond vanwege het nieuwe bestemmingsplan.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond en oordeelde dat het college zich terecht op het standpunt kon stellen dat er geen bijzondere omstandigheden waren om van handhavend optreden af te zien. De Raad van State bevestigt deze uitspraak. Het college wenst vast te houden aan het bestemmingsplan en is niet bereid vergunning te verlenen voor de bouwwerken die in strijd zijn met het bestemmingsplan.
De Raad overweegt dat het enkele feit dat het college niet bereid is vergunning te verlenen, voldoende is om te concluderen dat er geen concreet zicht op legalisatie bestaat. Ook is niet gebleken dat de koopovereenkomst toezeggingen bevatte die het bouwen van de erfafscheiding hoger dan 1 meter toestonden. Het belang van handhaving weegt zwaarder dan het belang van appellant om de bouwwerken te behouden.
Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.