ECLI:NL:RVS:2014:4658
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- N. Verheij
- J.J. van Eck
- Rechtspraak.nl
Vernietiging boetebesluit wegens onduidelijkheid en matiging boete in arbeid vreemdelingen zaak
De zaak betreft een hoger beroep van een besloten vennootschap tegen een boete van €536.000,00 opgelegd wegens overtredingen van de Wet arbeid vreemdelingen (Wav). De minister had de boete later verminderd tot €440.000,00 na gedeeltelijke gegrondverklaring van bezwaar. De rechtbank had het beroep van de vennootschap ongegrond verklaard, waarna hoger beroep werd ingesteld.
De Raad van State oordeelt dat de minister niet voldoende inzichtelijk heeft gemaakt op welke vreemdelingen en locaties de boete betrekking had voor 44 van de 55 vreemdelingen, waardoor de boete ten onrechte is opgelegd voor die groep. Voor 11 vreemdelingen bij een specifiek bedrijf was de boete terecht opgelegd, omdat sprake was van het louter ter beschikking stellen van arbeidskrachten zonder vereiste tewerkstellingsvergunningen.
Verder is geoordeeld dat de mededeling van de CWI over notificatiemeldingen geen gerechtvaardigd vertrouwen schept dat de tewerkstellingen conform de Wav waren. De redelijke termijn voor de procedure is met meer dan zes maanden overschreden, wat leidt tot een matiging van de boete met €2.500,00. De Raad van State vernietigt het eerdere besluit en stelt de boete vast op €85.500,00. Tevens wordt de minister veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.
Uitkomst: Boete wordt vastgesteld op €85.500,00 na vernietiging van eerdere besluiten en matiging wegens termijnoverschrijding.