ECLI:NL:RVS:2014:4638
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- H.G. Sevenster
- N. Verheij
- Rechtspraak.nl
Vaststelling afwijzing aanvraag verblijfsdocument gemeenschapsonderdaan wegens ontbreken samenverblijf in gastlidstaat
De minister voor Immigratie en Asiel wees de aanvraag van een vreemdeling om een verblijfsdocument als gemeenschapsonderdaan af, omdat de vreemdeling niet samen met de echtgenote van een EU-burger in een gastlidstaat had verbleven. De rechtbank verklaarde het beroep van de vreemdeling gegrond en vernietigde het besluit van de minister, waarna zowel de vreemdeling als de staatssecretaris hoger beroep instelden bij de Raad van State.
De Raad van State hield de behandeling aan in afwachting van prejudiciële vragen aan het Hof van Justitie, die in het arrest O. en B. werden beantwoord. Vervolgens oordeelde de Raad dat de vreemdeling niet voldeed aan de vereisten voor een afgeleid verblijfsrecht, omdat zij niet langer dan drie maanden samen met de EU-burger in een gastlidstaat verbleef en geen gezinsleven met hem opbouwde.
De Raad verwierp het hoger beroep van de vreemdeling als kennelijk ongegrond en verklaarde het hoger beroep van de staatssecretaris gegrond. Het vonnis van de rechtbank werd vernietigd en het beroep van de vreemdeling ongegrond verklaard. De afwijzing van de aanvraag werd daarmee bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep van de vreemdeling wordt ongegrond verklaard en de afwijzing van de aanvraag om een verblijfsdocument bevestigd.