ECLI:NL:RVS:2014:4618
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- H. Troostwijk
- A.W.M. Bijloos
- Rechtspraak.nl
Vaststelling onrechtmatigheid inbewaringstelling gehele gezin vreemdelingen
Bij besluiten van 17 oktober 2014 zijn zes vreemdelingen in vreemdelingenbewaring gesteld. De rechtbank verklaarde hun beroepen ongegrond, waarna vijf vreemdelingen hoger beroep instelden bij de Raad van State.
De kern van het geschil betreft de toepassing van paragraaf A5/2.4 van de Vreemdelingencirculaire 2000, die voorschrijft dat bij gezinnen met twee ouders slechts één ouder in bewaring mag worden gesteld, tenzij de toegang tot Nederland is geweigerd. De staatssecretaris had het gehele gezin in bewaring gesteld zonder dat de toegang was geweigerd.
De Raad van State oordeelt dat de inbewaringstelling van het gehele gezin in strijd is met de beleidsregel en derhalve onrechtmatig is. Voor één vreemdeling, die als ouder in bewaring was gesteld, werd het beroep ongegrond verklaard. Voor de overige vijf vreemdelingen werd het beroep gegrond verklaard, de uitspraak van de rechtbank vernietigd en een schadevergoeding toegekend.
Daarnaast veroordeelt de Raad de staatssecretaris tot vergoeding van de proceskosten. De vrijheidsontnemende maatregelen waren inmiddels opgeheven, zodat een bevel tot opheffing achterwege kon blijven.
Uitkomst: Hoger beroep van vijf vreemdelingen gegrond verklaard wegens onrechtmatige inbewaringstelling gehele gezin, met toekenning van schadevergoeding en proceskosten.