ECLI:NL:RVS:2014:4613
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing verzoek tot wijziging datum vertrek in gemeentelijke basisadministratie
Appellanten verzochten het college om de in de gemeentelijke basisadministratie geregistreerde datum van vertrek uit Nederland te wijzigen van 8 maart 2012 naar juni 2008, omdat zij toen feitelijk vertrokken waren. Het college wees dit verzoek af en verklaarde het bezwaar ongegrond. De rechtbank bevestigde dit besluit en verklaarde het beroep van appellanten ongegrond.
Appellanten stelden dat het college op grond van de Privacyrichtlijn, de Wet bescherming persoonsgegevens en jurisprudentie van de Afdeling en Hoge Raad wel bevoegd was om de datum te corrigeren naar de feitelijke vertrekdatum. Daarnaast voerden zij een schending aan van het motiverings- en zorgvuldigheidsbeginsel en artikel 6 EVRM Pro.
De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat het college op grond van artikel 82 van Pro de Wet GBA slechts bevoegd is om gegevens te verbeteren binnen de kaders van de eerste afdeling van hoofdstuk 2 van die wet. Artikel 47, derde lid, Wet GBA bepaalt dat als datum van adreswijziging de dag van ontvangst van de aangifte moet worden opgenomen. De Afdeling concludeerde dat het college niet bevoegd is om de datum te baseren op de feitelijke vertrekdatum. Het beroep op de Privacyrichtlijn en Wbp faalde omdat deze niet voorschrijven dat de geregistreerde datum onjuist is. Ook het beroep op jurisprudentie van de Hoge Raad werd verworpen.
Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.