ECLI:NL:RVS:2014:4592
Raad van State
- Hoger beroep
- M.G.J. Parkins-de Vin
- H. Troostwijk
- E. Steendijk
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak rechtbank inzake afwijzing verblijfsvergunning en inreisverbod vreemdeling
De staatssecretaris van Veiligheid en Justitie wees op 1 juli 2013 de aanvraag van een vreemdeling om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd af en legde een inreisverbod op. De rechtbank verklaarde het beroep van de vreemdeling tegen dit besluit gegrond, vernietigde het besluit en beval een nieuw besluit met inachtneming van haar overwegingen.
De staatssecretaris stelde hoger beroep in tegen deze uitspraak. Kern van het geschil betrof de vraag of de vreemdeling terecht was veroordeeld wegens een ernstig niet-politiek misdrijf, zoals bedoeld in artikel 1(F) van het Vluchtelingenverdrag. De staatssecretaris voerde aan dat hij voldoende bronnenonderzoek had gedaan en dat de stellingen van de vreemdeling over corruptie niet waren gestaafd.
De Raad van State oordeelde dat de staatssecretaris met aanvullend bronnenonderzoek had voldaan aan de opdracht van de rechtbank en dat er geen aanleiding was om het vonnis van de Ghanese rechtbank in twijfel te trekken. Het beroep tegen het inreisverbod werd ongegrond verklaard, terwijl het beroep tegen de afwijzing van de verblijfsvergunning niet-ontvankelijk werd verklaard vanwege de rechtsgevolgen van het inreisverbod.
De uitspraak van de rechtbank werd vernietigd en het hoger beroep van de staatssecretaris gegrond verklaard. Er werd geen proceskostenveroordeling uitgesproken.
Uitkomst: Het hoger beroep van de staatssecretaris is gegrond verklaard, de uitspraak van de rechtbank vernietigd, het beroep tegen de verblijfsvergunning niet-ontvankelijk en het beroep tegen het inreisverbod ongegrond verklaard.