ECLI:NL:RVS:2014:4580
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging besluit Belastingdienst over nihil vaststelling kinderopvangtoeslag 2010
Appellante maakte bezwaar tegen het besluit van de Belastingdienst/Toeslagen om het voorschot kinderopvangtoeslag over 2010 te herzien en definitief vast te stellen op nihil. De rechtbank verklaarde het bezwaar gegrond, vernietigde het besluit van 29 april 2013, maar handhaafde de rechtsgevolgen daarvan. Appellante stelde in hoger beroep dat sprake was van miscommunicatie en dat de Belastingdienst had moeten meewerken aan een redelijke oplossing.
De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat op grond van de Wet kinderopvang en de Algemene wet inkomensafhankelijke regelingen (Awir) de belanghebbende moet aantonen dat zij kosten voor kinderopvang heeft gemaakt. Ondanks herhaalde verzoeken heeft appellante geen jaaropgave of voldoende bewijsstukken overgelegd. De Belastingdienst was niet verplicht om met appellante contact te zoeken voor een redelijke oplossing.
De Afdeling bevestigde het oordeel van de rechtbank dat appellante onvoldoende bewijs heeft geleverd om het recht op kinderopvangtoeslag vast te stellen. Ook is in de Awir dwingend voorgeschreven dat terugvorderingen volledig verschuldigd zijn, zonder mogelijkheid tot matiging. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep is ongegrond verklaard en het besluit van de Belastingdienst om de kinderopvangtoeslag 2010 op nihil vast te stellen, is bevestigd.