ECLI:NL:RVS:2014:4534
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- C.J. Borman
- E. Steendijk
- Rechtspraak.nl
Vernietiging en matiging boete wegens overtreding Wet arbeid vreemdelingen
De minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid legde op 24 oktober 2012 een boete van €8.000 op aan [wederpartij] wegens overtreding van artikel 2, eerste lid, van de Wet arbeid vreemdelingen (Wav). Deze boete betrof het feit dat een vreemdeling meer uren werkte dan toegestaan op haar tewerkstellingsvergunning.
De rechtbank Noord-Holland verklaarde het bezwaar van [wederpartij] gegrond en matigde de boete tot €2.000. De minister stelde hiertegen hoger beroep in bij de Raad van State. De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat de rechtbank een rekenfout maakte bij de matiging en dat de minister voldoende onderzoek had verricht.
De Raad van State overwoog dat de overschrijding van de arbeidsuren niet incidenteel was, maar dat het totaal aantal teveel gewerkte uren beperkt was. Daarom achtte de Afdeling een matiging van 25% passend, waardoor de boete werd vastgesteld op €6.000. De eerdere uitspraak en het besluit van de minister werden vernietigd en vervangen door deze beslissing. Tevens werd het betaalde griffierecht aan [wederpartij] vergoed.
Uitkomst: De boete wegens overtreding van de Wet arbeid vreemdelingen wordt gematigd tot €6.000 en eerdere besluiten worden vernietigd.