ECLI:NL:RVS:2014:4533
Raad van State
- Hoger beroep
- M.G.J. Parkins-de Vin
- R. van der Spoel
- A.B.M. Hent
- Rechtspraak.nl
Vernietiging bewaring vreemdeling wegens ontbreken belangenafweging bij asielverzoek
De vreemdeling werd op 7 oktober 2014 in vreemdelingenbewaring gesteld. Tijdens het gehoor verklaarde hij dat zijn advocaat bezig was met een asielaanvraag en dat hij niet terug kon naar Afghanistan vanwege bedreiging door de Taliban. De rechtbank oordeelde dat er geen sprake was van een asielzoeker ten tijde van de inbewaringstelling en verklaarde het beroep ongegrond.
De vreemdeling stelde hoger beroep in en betoogde dat zijn verklaring als een asielverzoek moest worden beschouwd. De Raad van State bevestigde dat een in persoon kenbaar gemaakte wens om internationale bescherming te verkrijgen als een asielverzoek moet worden aangemerkt, waardoor de vreemdeling als asielzoeker geldt. De rechtbank had dit ten onrechte niet zo beoordeeld.
Verder bleek uit het dossier dat voorafgaand aan de inbewaringstelling geen belangenafweging was gemaakt zoals vereist volgens de Vreemdelingencirculaire 2000. Hierdoor was de bewaring onrechtmatig. De Raad van State vernietigde de uitspraak van de rechtbank, verklaarde het beroep gegrond, en bepaalde dat de vrijheidsontnemende maatregel per direct wordt opgeheven. Tevens werd een schadevergoeding toegekend en de staatssecretaris veroordeeld tot vergoeding van proceskosten.
Uitkomst: De vreemdelingenbewaring wordt opgeheven wegens het ontbreken van een belangenafweging bij het asielverzoek en de vreemdeling krijgt een schadevergoeding toegekend.