ECLI:NL:RVS:2014:4506
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging uitspraak rechtbank inzake definitieve vaststelling kinderopvangtoeslag 2010
De Belastingdienst/Toeslagen stelde bij besluit van 7 augustus 2013 de kinderopvangtoeslag over 2010 definitief vast op €12.955 en vorderde €7.146 terug. [Appellante] maakte bezwaar tegen dit besluit, dat op 6 december 2013 ongegrond werd verklaard. De rechtbank verklaarde het beroep van [appellante] gegrond, vernietigde het bezwaarbesluit maar hield de rechtsgevolgen in stand.
In hoger beroep betoogde [appellante] dat de belastingaanslag waarop de definitieve vaststelling is gebaseerd niet onherroepelijk was en dat de Belastingdienst/Toeslagen zich daarom niet op het vastgestelde verzamelinkomen mocht baseren. De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat het bezwaar tegen de belastingaanslag niet verhindert dat de Belastingdienst/Toeslagen het vastgestelde verzamelinkomen gebruikt en dat bij een latere wijziging de toeslag wordt herzien.
Verder stelde [appellante] dat de termijn van artikel 19 Awir Pro een verval van bevoegdheid inhoudt, waardoor de voorlopige toeslag definitief wordt als de termijn wordt overschreden. De Afdeling verwierp dit en bevestigde dat de Belastingdienst/Toeslagen bevoegd blijft de toeslag vast te stellen, waarbij het laatst bepaalde verzamelinkomen geldt. Het hoger beroep is ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep is ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.