ECLI:NL:RVS:2014:4433
Raad van State
- Eerste aanleg - meervoudig
- P.J.J. van Buuren
- E. Helder
- F.D. van Heijningen
- Rechtspraak.nl
Ongegrondverklaring beroepen tegen vaststelling bestemmingsplan Landelijk Gebied Koggenland
De raad van de gemeente Koggenland stelde op 27 juni 2013 het bestemmingsplan Landelijk Gebied Koggenland vast, dat onder meer regels bevat voor windturbinezones en bestemmingen van agrarische percelen.
Oostwind B.V. stelde beroep in tegen de situering van de windturbinezone, omdat volgens hen onvoldoende afstand tot omliggende woningen was gehouden, waardoor een derde turbine niet mogelijk zou zijn. De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat de raad het conserverende karakter van het plan terecht handhaafde en dat het eerdere locatieonderzoek en overleg met initiatiefnemers, waaronder Oostwind, voldoende waren.
De andere appellanten voerden aan dat de raad onterecht de bestemming 'Agrarisch' met aanduiding 'atelier' aan hun perceel toekende, terwijl het perceel feitelijk als woonbestemming gebruikt werd en dat de weigering van een woonbestemming willekeurig was. De Afdeling stelde vast dat het perceel niet als bestaand bebouwd gebied in de provinciale ruimtelijke verordening valt en dat het planrechtelijk geen woonbestemming had. Ook de toekenning van de bestemming 'Maatschappelijk' met aanduiding 'atelier' werd als redelijk beoordeeld, mede vanwege bestaande rechten uit een bouwvergunning uit 1987.
De Afdeling concludeerde dat de raad de planologische keuzes binnen zijn beleidsvrijheid heeft gemaakt en dat de beroepen ongegrond zijn. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De beroepen tegen het bestemmingsplan Landelijk Gebied Koggenland zijn ongegrond verklaard.