ECLI:NL:RVS:2014:4378
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging omgevingsvergunning ondanks strijd met bestemmingsplan voor woninguitbreiding in Breda
Het college van burgemeester en wethouders van Breda verleende op 23 april 2013 een omgevingsvergunning voor de verbouwing van een woning op een perceel in Breda. De vergunning betrof een uitbreiding waarbij de goothoogte en het bebouwingspercentage afweken van de planvoorschriften in het bestemmingsplan "Tuinzigt-Westerpark". Het perceel had de bestemming "Wonen" met maximale goothoogte van 3 meter en bebouwingspercentage van 60%, terwijl het bouwplan een goothoogte van 3,75 meter en een bebouwingspercentage van 72,8% voorzag.
Appellanten, bewoners uit Breda, maakten bezwaar tegen de vergunning vanwege de onevenredige aantasting van uitzicht en zonlichttoetreding op hun perceel. Dit bezwaar werd door het college ongegrond verklaard en ook de rechtbank Zeeland-West-Brabant wees het beroep af. Het hoger beroep bij de Raad van State richtte zich op de redelijkheid van het collegebesluit.
De Raad van State oordeelde dat appellanten geen nieuwe of aanvullende gronden hadden aangevoerd die de eerdere weerlegging door de rechtbank onjuist of onvolledig maakten. De Afdeling bestuursrechtspraak bevestigde daarom het vonnis van de rechtbank en verklaarde het hoger beroep ongegrond. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de omgevingsvergunning blijft bevestigd.