ECLI:NL:RVS:2014:4376
Raad van State
- Hoger beroep
- J. Hoekstra
- Rechtspraak.nl
Bevestiging omgevingsvergunning voor woonarken ondanks bezwaar belangenverstrengeling
Het college van burgemeester en wethouders van Utrecht verleende op 27 november 2012 een omgevingsvergunning aan Projectbureau Leidsche Rijn voor het bouwen van veertien woonarken aan de Jule Stynestraat te Utrecht. [Appellant] maakte bezwaar tegen deze vergunning, stellende dat sprake was van belangenverstrengeling omdat het Projectbureau onderdeel is van de gemeente terwijl een besloten vennootschap het bouwplan zou uitvoeren. Ook werd aangevoerd dat er geen leges waren betaald.
De rechtbank Midden-Nederland verklaarde het beroep van [appellant] ongegrond en oordeelde dat geen sprake was van ontoelaatbare belangenverstrengeling. Het college had verklaard dat medewerkers van het Projectbureau niet bevoegd waren tot vergunningverlening en dat de Afdeling Vergunningen van de gemeente Utrecht de aanvraag had beoordeeld en verleend. De rechtbank zag geen aanleiding om het ontbreken van leges als onrechtmatig te beschouwen.
In hoger beroep voerde [appellant] nieuwe gronden aan over het gelijkheidsbeginsel en de Legesverordening 2012, maar deze werden niet ontvankelijk verklaard omdat ze niet eerder waren ingebracht zonder geldige reden. De Raad van State bevestigde de uitspraak van de rechtbank en wees het hoger beroep af. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De Raad van State bevestigt de vergunning en verklaart het hoger beroep ongegrond.