ECLI:NL:RVS:2014:4356
Raad van State
- Hoger beroep
- P.B.M.J. van der Beek-Gillessen
- Rechtspraak.nl
Bestuursrechtelijke bevestiging gebruiksovergangsrecht voor semi-permanent afmeren werkschip in plas Hogewaard
Het college van burgemeester en wethouders van Maasdriel legde aan [appellant sub 2] een last onder dwangsom op om het met het bestemmingsplan strijdige gebruik van zijn werkschip in de plas Hogewaard te beëindigen. Het schip lag semi-permanent afgemeerd aan een loswal, wat volgens het college in strijd was met het bestemmingsplan "Buitengebied, Buitendijks deel". Het college verklaarde bezwaar ongegrond en vorderde een dwangsom.
De rechtbank Gelderland oordeelde echter dat het semi-permanent afmeren van het werkschip onder het gebruiksovergangsrecht viel, omdat het schip reeds vóór de peildatum van het bestemmingsplan (21 december 2006) op die locatie lag en dit gebruik ononderbroken was voortgezet. Het college stelde hoger beroep in tegen deze uitspraak.
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State bevestigde het oordeel van de rechtbank. De Afdeling stelde vast dat het semi-permanent afmeren van het werkschip valt onder de havenactiviteiten die volgens het voorheen geldende bestemmingsplan waren toegestaan. Het college had onvoldoende gemotiveerd betwist dat het schip op de peildatum al op die locatie lag. Ook de invordering van de dwangsom werd vernietigd omdat de grondslag daarvoor was komen te vervallen.
Het incidenteel hoger beroep van [appellant sub 2] verviel omdat het hoger beroep van het college ongegrond werd verklaard. De Afdeling bevestigde de uitspraak van de rechtbank en wees een griffierecht toe aan het college.
Uitkomst: Het hoger beroep van het college wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.