ECLI:NL:RVS:2014:4318
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- R. van der Spoel
- A.B.M. Hent
- Rechtspraak.nl
Vreemdeling vrijgelaten wegens ontbreken zicht op uitzetting binnen redelijke termijn
De vreemdeling werd op 10 oktober 2014 in vreemdelingenbewaring gesteld. De rechtbank Den Haag verklaarde het beroep van de vreemdeling tegen deze maatregel ongegrond en wees tevens het verzoek om schadevergoeding af. De vreemdeling stelde hiertegen hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
De vreemdeling voerde aan dat er geen zicht was op uitzetting naar Somalië binnen een redelijke termijn, mede omdat de staatssecretaris geen duidelijkheid kon geven over hervatting van gedwongen terugkeer. De Afdeling stelde vast dat sinds 7 oktober 2014 het zicht op uitzetting naar Somalië ontbreekt, waardoor de maatregel van bewaring vanaf het begin onrechtmatig was opgelegd.
De Afdeling verklaarde het hoger beroep gegrond, vernietigde de uitspraak van de rechtbank en verklaarde het beroep van de vreemdeling tegen het bewaringbesluit alsnog gegrond. De vrijheidsontnemende maatregel werd opgeheven en aan de vreemdeling werd een vergoeding toegekend over de periode van bewaring. Tevens werd de staatssecretaris veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van de vreemdeling.
Uitkomst: De vreemdelingenbewaring is opgeheven wegens ontbreken van zicht op uitzetting binnen een redelijke termijn en de vreemdeling ontvangt een vergoeding.