ECLI:NL:RVS:2014:4303
Raad van State
- Hoger beroep
- M.G.J. Parkins-de Vin
- C.J. Borman
- N. Verheij
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit intrekking verblijfsvergunning wegens verblijf in Portugal
De staatssecretaris heeft bij besluit van 12 maart 2013 de verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd van de vreemdeling met terugwerkende kracht tot 1 september 2012 ingetrokken, omdat zij meer dan zes maanden achtereen buiten Nederland verbleef vanwege een voltijdopleiding in Portugal.
De vreemdeling voerde aan dat zij niet de intentie had haar hoofdverblijf buiten Nederland te vestigen, haar Nederlandse inschrijving, ziektekostenverzekering en bankrekening had behouden en de opleiding volgde om haar kansen op de Nederlandse arbeidsmarkt te vergroten. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, maar de Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat de rechtbank ten onrechte niet had onderkend dat de motivering van de staatssecretaris ondeugdelijk was.
De Afdeling vernietigde daarom de uitspraak van de rechtbank en het besluit van de staatssecretaris, verklaarde het beroep gegrond en veroordeelde de staatssecretaris tot vergoeding van proceskosten en griffierecht. Hiermee werd het besluit tot intrekking van de verblijfsvergunning wegens verblijf in Portugal met terugwerkende kracht onterecht bevonden.
Uitkomst: Het besluit tot intrekking van de verblijfsvergunning wordt vernietigd wegens ondeugdelijke motivering en het beroep van de vreemdeling wordt gegrond verklaard.