ECLI:NL:RVS:2014:4300
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit herziening voorschot kinderopvangtoeslag wegens schending hoorplicht
Bij besluiten van 17 april 2012 heeft de Belastingdienst/Toeslagen het voorschot kinderopvangtoeslag over 2010 en 2011 voor appellant herzien en vastgesteld op nihil. De bezwaarprocedure leidde tot een besluit van 27 juni 2013 waarin de bezwaren ongegrond werden verklaard. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant tegen dit besluit ongegrond, waarna appellant hoger beroep instelde bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
De Afdeling constateert dat de rechtbank ten onrechte de definitieve vaststellingsbesluiten heeft getoetst in plaats van het besluit op bezwaar. Verder oordeelt de Afdeling dat de Belastingdienst/Toeslagen appellant niet heeft gehoord, terwijl dit op grond van artikel 7:2 Awb Pro wel had moeten gebeuren. Dit leidt tot vernietiging van het besluit van 27 juni 2013 wegens schending van de hoorplicht.
Inhoudelijk is tussen partijen niet langer in geschil dat appellant geen inkomen uit werk en woning heeft genoten in 2010 en 2011, waardoor hij geen recht heeft op kinderopvangtoeslag. Daarom laat de Afdeling de rechtsgevolgen van het vernietigde besluit in stand. Tevens wordt appellant het betaalde griffierecht vergoed.
Uitkomst: Het besluit van 27 juni 2013 wordt vernietigd wegens schending van de hoorplicht, maar de rechtsgevolgen blijven in stand.