ECLI:NL:RVS:2014:4296
Raad van State
- Hoger beroep
- M.G.J. Parkins-de Vin
- H. Troostwijk
- N. Verheij
- Rechtspraak.nl
Vaststelling rechtsgevolgen besluit afwijzing verblijfsvergunning en inreisverbod
De staatssecretaris wees op 2 mei 2013 een aanvraag van een vreemdeling om een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd af en legde een inreisverbod op. De vreemdeling maakte bezwaar, dat op 22 januari 2014 ongegrond werd verklaard. De rechtbank verklaarde het beroep van de vreemdeling gegrond, vernietigde het besluit en bepaalde dat de staatssecretaris een nieuw besluit moet nemen.
De staatssecretaris stelde hoger beroep in tegen deze uitspraak. De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat de rechtbank ten onrechte had geoordeeld dat de belangenafweging niet deugdelijk was gemotiveerd, met name inzake het ontbreken van voldoende middelen van bestaan en het onrechtmatig verblijf. Ook was de rechtbank onjuist in haar oordeel over het ontbreken van een motivering voor het niet verlenen van een vertrektermijn.
De Afdeling vernietigde het vonnis voor zover de rechtbank had nagelaten de rechtsgevolgen van het besluit van 22 januari 2014 in stand te laten en bepaalde dat deze rechtsgevolgen geheel in stand blijven. Voor het overige werd het vonnis bevestigd. Tevens werd de staatssecretaris veroordeeld tot vergoeding van proceskosten van €487,00.
Uitkomst: De rechtsgevolgen van het besluit van 22 januari 2014 blijven geheel in stand en de staatssecretaris wordt veroordeeld tot proceskostenvergoeding.