ECLI:NL:RVS:2014:425
Raad van State
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- M.W.L. Simons-Vinckx
- K.M. Gerkema
- Rechtspraak.nl
Ongegrond beroep tegen ontgrondingsvergunning voor legalisatie uitgevoerde ontgronding zijtak Houtvaart
Het college van gedeputeerde staten van Fryslân verleende op 15 maart 2013 een vergunning krachtens de Ontgrondingenwet aan de Vereniging van Eigenaren Park Eysingastate II voor het legaliseren van een uitgevoerde ontgronding van een zijtak van de Houtvaart. Appellant, eigenaar van aangrenzende gronden, stelde dat het college onvoldoende rekening had gehouden met zijn belangen, omdat de ontgronding en het gebruik van de watergang door grotere schepen tot afkalving van zijn perceel zouden leiden.
Appellant voerde aan dat afgravingen en het verwijderen van beschoeiing langs zijn perceel hadden plaatsgevonden, wat schade veroorzaakt. Het college stelde dat de afkalving een reeds langer bestaand proces is, veroorzaakt door bodemsamenstelling en niet door de ontgronding. Ook zou de ontgronding aan de overzijde van de watergang hebben plaatsgevonden. Verder is het gebruik van de watergang na ontgronding niet relevant voor de vergunningverlening.
De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat appellant niet aannemelijk had gemaakt dat de ontgronding schade veroorzaakte of dat de beschoeiing was verwijderd. Belangen die zien op het gebruik van de watergang na ontgronding kunnen niet worden meegewogen bij de vergunningverlening. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en het college had de belangen van appellant voldoende betrokken.
Uitkomst: Het beroep tegen de ontgrondingsvergunning wordt ongegrond verklaard.