ECLI:NL:RVS:2014:4211
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- A.B.M. Hent
- J.J. van Eck
- Rechtspraak.nl
Vaststelling geen reëel risico op schending artikel 3 EVRM bij terugkeer Tamils naar Sri Lanka
De staatssecretaris van Veiligheid en Justitie wees op 4 februari 2013 de aanvraag van de vreemdeling om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd af. De rechtbank verklaarde het beroep van de vreemdeling gegrond en vernietigde het besluit, met de opdracht aan de staatssecretaris een nieuw besluit te nemen.
De staatssecretaris stelde hoger beroep in tegen deze uitspraak. De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State onderzocht of de rechtbank terecht had geoordeeld dat de veiligheidssituatie voor Tamils in Sri Lanka was verslechterd en of de vreemdeling aannemelijk had gemaakt dat hij een reëel risico liep op een behandeling in strijd met artikel 3 EVRM Pro.
De Afdeling concludeerde dat de rechtbank ten onrechte had geoordeeld dat de veiligheidssituatie was verslechterd en dat de vreemdeling onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat hij door deelname aan demonstraties in negatieve belangstelling van de autoriteiten was gekomen. De staatssecretaris had zijn besluit deugdelijk gemotiveerd. Het hoger beroep werd gegrond verklaard, de uitspraak van de rechtbank vernietigd en het beroep van de vreemdeling ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep van de vreemdeling wordt ongegrond verklaard en het besluit van de staatssecretaris bevestigd.