ECLI:NL:RVS:2014:4199
Raad van State
- Hoger beroep
- P.B.M.J. van der Beek-Gillessen
- W. Sorgdrager
- G.M.H. Hoogvliet
- Rechtspraak.nl
Bevestiging besluit oplegging Educatieve Maatregel Alcohol en verkeer door CBR
Het Centraal Bureau Rijvaardigheidsbewijzen (CBR) legde op 10 april 2013 aan de wederpartij een Educatieve Maatregel Alcohol en verkeer (EMA) op vanwege een ademalcoholgehalte van 435 µg/l vastgesteld na een aanhouding op 23 maart 2012 wegens rijden onder invloed.
De rechtbank Oost-Brabant vernietigde het besluit op bezwaar van het CBR en herroept het oorspronkelijke besluit, omdat de rechtbank twijfelde of de wettelijke minimale wachttijd van twintig minuten tussen het eerste contact en de ademanalyse was nageleefd, zoals vereist in artikel 6 van Pro het Besluit alcoholonderzoeken. Hierdoor zou het alcoholgehalte mogelijk lager zijn geweest dan de drempel voor oplegging van de EMA.
Het CBR stelde in hoger beroep dat de wachttijd wel was gerespecteerd en dat de rechtbank ten onrechte het besluit op bezwaar vernietigde. De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State oordeelde dat de rechtbank terecht heeft overwogen dat de stukken de mogelijkheid openlaten dat de wachttijd niet volledig is verstreken en dat het alcoholgehalte daardoor mogelijk lager had kunnen zijn. Het betoog van het CBR dat de wederpartij vlak voor de aanhouding geen alcohol had genuttigd, was voor de vraag naar de wachttijd niet relevant.
De Afdeling verklaarde het hoger beroep ongegrond en bevestigde het vonnis van de rechtbank. Tevens werd het CBR veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van de wederpartij en werd griffierecht opgelegd aan het CBR.
Uitkomst: Het hoger beroep van het CBR wordt ongegrond verklaard en het vonnis van de rechtbank bevestigd.