ECLI:NL:RVS:2014:4156
Raad van State
- Hoger beroep
- M.G.J. Parkins-de Vin
- A.B.M. Hent
- E. Steendijk
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak rechtbank inzake afwijzing verzoek uitstel uitzetting vreemdeling
De zaak betreft het hoger beroep van de staatssecretaris van Veiligheid en Justitie tegen een uitspraak van de rechtbank Den Haag die het beroep van een vreemdeling tegen de afwijzing van zijn verzoek om uitstel van uitzetting gegrond verklaarde. De minister had het verzoek van de vreemdeling om uitzetting achterwege te laten afgewezen op basis van een advies van het Bureau Medische Advisering (BMA).
De staatssecretaris stelde dat het BMA-advies onzorgvuldig tot stand was gekomen en niet inzichtelijk was, met name omdat het advies onvoldoende rekening zou houden met een brief van behandelaars over een hoge suïcidekans en een non-suïcideafspraak. De rechtbank had dit oordeel echter verworpen.
De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat het BMA-advies zorgvuldig en inzichtelijk was opgesteld, mede omdat de rapportage waarop het advies was gebaseerd, een eigen psychiatrisch onderzoek bevatte en de brief van de behandelaars was meegenomen. De conclusie dat geen medische noodsituatie op korte termijn zou ontstaan, was gegrond en niet verder strekkend dan de rapportage.
De Afdeling vernietigde daarom de uitspraak van de rechtbank en verklaarde het beroep van de vreemdeling ongegrond. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep van de vreemdeling wordt ongegrond verklaard en het besluit tot afwijzing van het verzoek tot uitstel van uitzetting blijft in stand.