ECLI:NL:RVS:2014:413
Raad van State
- Hoger beroep
- M.G.J. Parkins-de Vin
- H. Troostwijk
- G. van der Wiel
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen afwijzing verblijfsvergunning asiel wegens ongeloofwaardigheid relaas
De staatssecretaris wees de aanvraag van de vreemdeling om een verblijfsvergunning asiel af. De voorzieningenrechter verklaarde het beroep van de vreemdeling gegrond en vernietigde het besluit, maar de staatssecretaris ging in hoger beroep.
De Raad van State oordeelde dat de voorzieningenrechter ten onrechte had geoordeeld dat de staatssecretaris onvoldoende had gemotiveerd waarom het ontbreken van reisdocumenten tegen de vreemdeling kon worden gebruikt. De staatssecretaris mocht aannemen dat het ontbreken van enig indicatief bewijs en de incoherentie van het relaas de geloofwaardigheid aantastte.
Verder vond de Raad dat de staatssecretaris terecht twijfelde aan de geloofwaardigheid van de verklaring over het verblijf in het noorden van Nigeria, vanwege tegenstrijdigheden en onwaarschijnlijkheden over taalgebruik, religieuze samenwoonvormen en schoolgang van de kinderen.
De Raad verwierp het beroep van de vreemdeling en verklaarde het hoger beroep van de staatssecretaris gegrond. De uitspraak van de voorzieningenrechter werd vernietigd en het beroep van de vreemdeling werd ongegrond verklaard.
Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De beslissing werd uitgesproken op 6 februari 2014.
Uitkomst: Het beroep van de vreemdeling wordt ongegrond verklaard en het besluit tot afwijzing van de verblijfsvergunning gehandhaafd.