ECLI:NL:RVS:2014:4113
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- A.B.M. Hent
- N. Verheij
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak rechtbank over vreemdelingenbewaring en beoordeling zicht op uitzetting naar Mali
De vreemdeling was op 14 augustus 2014 in vreemdelingenbewaring gesteld. De rechtbank verklaarde het beroep van de vreemdeling tegen deze bewaring ongegrond en wees het verzoek om schadevergoeding af. De vreemdeling stelde hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
De Afdeling constateerde dat de rechtbank in haar uitspraak verwees naar eerdere uitspraken zonder deze aan partijen te verstrekken of dat deze voldoende toegankelijk waren, waardoor de motivering van het oordeel onvoldoende kenbaar was. Dit leidde tot vernietiging van de uitspraak van de rechtbank.
Inhoudelijk beoordeelde de Afdeling het beroep zelf en oordeelde dat het zicht op uitzetting naar Mali niet ontbrak, mede omdat de staatssecretaris onbestreden had verklaard dat eerdere bewaring was opgeheven na belangenafweging en dat weinig vreemdelingen naar Mali worden uitgezet. Andere beroepsgronden werden niet meer behandeld omdat deze niet in hoger beroep aan de orde waren gesteld.
Het beroep werd uiteindelijk ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep van de vreemdeling wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.