ECLI:NL:RVS:2014:4104
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- N. Verheij
- C.M. Wissels
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak rechtbank inzake aanvraag verblijfsvergunning langdurig ingezetene
De vreemdeling had een aanvraag ingediend voor verlenging van zijn verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd met wijziging van de beperking en een aanvraag voor een verblijfsvergunning regulier voor onbepaalde tijd met de aantekening 'EG-langdurig ingezetene'. Beide aanvragen werden door de staatssecretaris afgewezen, waarna de vreemdeling bezwaar maakte. De rechtbank verklaarde het bezwaar tegen het besluit van 22 augustus 2013 gegrond en vernietigde dat besluit, maar verklaarde het bezwaar tegen het besluit van 6 juni 2013 ongegrond.
De staatssecretaris stelde hoger beroep in tegen deze uitspraak, terwijl de vreemdeling voorwaardelijk incidenteel hoger beroep instelde. De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State oordeelde dat de vreemdeling niet voldeed aan het vereiste van ononderbroken legaal verblijf direct voorafgaand aan de aanvraag om een verblijfsvergunning voor onbepaalde tijd, omdat de periode van formeel beperkt verblijf na het vijfjarige verblijf was begonnen en de aanvraag pas ruim zes maanden later werd ingediend.
De Raad van State vernietigde het deel van de uitspraak van de rechtbank dat het bezwaar van de vreemdeling tegen het besluit van 22 augustus 2013 gegrond verklaarde en bevestigde het overige. De grief van de staatssecretaris slaagde, terwijl het incidenteel hoger beroep van de vreemdeling ongegrond werd verklaard. Daarnaast oordeelde de Afdeling dat de stelling van de vreemdeling dat hij onjuist was geïnformeerd door een IND-medewerker onvoldoende was onderbouwd en dat de vreemdeling zelf verantwoordelijk was voor het tijdig indienen van zijn aanvraag.
Er werd geen aanleiding gezien voor een proceskostenveroordeling en de Afdeling bevestigde het overige van de uitspraak van de rechtbank.
Uitkomst: Het hoger beroep van de staatssecretaris wordt gegrond verklaard en het bezwaar van de vreemdeling tegen het besluit van 22 augustus 2013 wordt ongegrond verklaard.