ECLI:NL:RVS:2014:4014
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- H.G. Sevenster
- N. Verheij
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak rechtbank inzake afwijzing verblijfsvergunning langdurig ingezetene
De staatssecretaris van Veiligheid en Justitie wees op 14 november 2013 de aanvraag van de vreemdeling om een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd af. De vreemdeling maakte bezwaar tegen dit besluit, dat op 25 februari 2014 ongegrond werd verklaard. De rechtbank Den Haag verklaarde het beroep van de vreemdeling tegen dit bezwaarbesluit op 1 augustus 2014 gegrond en vernietigde het besluit, met de opdracht aan de staatssecretaris een nieuw besluit te nemen.
De staatssecretaris stelde hoger beroep in tegen deze uitspraak. De kern van het geschil betrof de vraag of de staatssecretaris ten onrechte niet heeft getoetst aan de vereisten voor een EU-verblijfsvergunning voor langdurig ingezetenen, maar in plaats daarvan van de vreemdeling verlangde een nieuwe aanvraag in te dienen. De Raad van State oordeelde dat het niet toetsen aan deze vereisten in het kader van de bestuurlijke heroverweging geen excessief formalisme is, mede omdat de vreemdeling zelf een aanvraag voor de EU-verblijfsvergunning had ingediend.
De Raad van State verklaarde het hoger beroep gegrond, vernietigde de uitspraak van de rechtbank en verklaarde het beroep van de vreemdeling ongegrond. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep van de vreemdeling tegen het bezwaarbesluit wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank wordt vernietigd.