ECLI:NL:RVS:2014:4010
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- H. Troostwijk
- J.J. van Eck
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit afwijzing verblijfsvergunning en inreisverbod in hoger beroep vreemdelingen
Bij besluiten van 22 juli 2013 wees de staatssecretaris de aanvragen van twee vreemdelingen om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd af en legde tegen vreemdeling 1 een inreisverbod op. De rechtbank verklaarde de beroepen van de vreemdelingen ongegrond in een uitspraak van 23 mei 2014. De vreemdelingen stelden hiertegen hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
De Afdeling oordeelde dat het beroep van vreemdeling 2 gegrond is, omdat het oordeel van de rechtbank over het beschermingsalternatief in Zuid-Korea niet juist was. De Afdeling vernietigde daarom het besluit van 22 juli 2013 voor vreemdeling 2 en verklaarde het beroep gegrond. Voor het overige, met name het beroep van vreemdeling 1, werd de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Daarnaast veroordeelde de Afdeling de staatssecretaris tot vergoeding van de proceskosten van vreemdeling 2, een bedrag van €1.461,00, toe te rekenen aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand. De uitspraak werd op 28 oktober 2014 in het openbaar uitgesproken door de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het hoger beroep van vreemdeling 2 wordt gegrond verklaard en het besluit tot afwijzing van zijn verblijfsvergunning wordt vernietigd, terwijl het beroep van vreemdeling 1 wordt afgewezen.