ECLI:NL:RVS:2014:4006
Raad van State
- Hoger beroep
- M.G.J. Parkins-de Vin
- G. van der Wiel
- E. Steendijk
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak rechtbank inzake afwijzing verblijfsvergunning vreemdelingen
De minister voor Immigratie, Integratie en Asiel wees op 14 februari 2012 aanvragen van twee vreemdelingen om een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd af. De minister verklaarde de daarop gemaakte bezwaren ongegrond. De vreemdelingen stelden beroep in bij de rechtbank Den Haag, die het besluit vernietigde en de minister opdroeg een nieuw besluit te nemen.
De staatssecretaris stelde hoger beroep in tegen deze uitspraak. De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State heeft het hoger beroep gegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank vernietigd. De Afdeling oordeelde dat de minister het besluit zorgvuldig had voorbereid en gemotiveerd, onder meer door het zorgvuldig gebruik van deskundigenadviezen van het Bureau Medische Advisering.
Daarnaast is geoordeeld dat de minister terecht heeft afgezien van het horen van de vreemdelingen op grond van artikel 7:3 Awb Pro, omdat op voorhand kon worden aangenomen dat de bezwaren niet tot een ander besluit zouden leiden. De Afdeling verklaarde de beroepen van de vreemdelingen ongegrond en wees een proceskostenveroordeling af.
Uitkomst: De beroepen van de vreemdelingen worden ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank wordt vernietigd.