ECLI:NL:RVS:2014:4005
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening opschorting boete Wet arbeid vreemdelingen
De minister heeft aan verzoekster een boete van €48.000 opgelegd wegens overtreding van artikel 2, eerste lid, van de Wet arbeid vreemdelingen. Verzoekster maakte bezwaar en stelde beroep in tegen de boete, maar deze werden ongegrond verklaard. Verzoekster vroeg vervolgens om een voorlopige voorziening om de invordering van de boete op te schorten totdat het hoger beroep is beslist.
De voorzitter behandelde het verzoek en oordeelde dat verzoekster niet aannemelijk had gemaakt dat de invordering van de resterende boete van €8.000 tot een financiële noodsituatie zou leiden. Ondanks de gestelde slechte financiële situatie had verzoekster in 2014 zeven betalingen van elk €2.500 gedaan en reeds €40.000 voldaan.
Daarom werd het verzoek tot voorlopige voorziening afgewezen. Ook werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De beslissing werd uitgesproken in het openbaar op 31 oktober 2014.
Uitkomst: Het verzoek om opschorting van de boete wordt afgewezen wegens onvoldoende aannemelijkheid van financiële noodsituatie.