ECLI:NL:RVS:2014:3937
Raad van State
- Hoger beroep
- M.G.J. Parkins-de Vin
- H. Troostwijk
- E. Steendijk
- Rechtspraak.nl
Vaststelling ongegrondheid hoger beroep vreemdeling tegen afwijzing verblijfsvergunning asiel
De vreemdeling had een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, welke door de minister voor Immigratie, Integratie en Asiel op 16 februari 2012 werd afgewezen. De rechtbank verklaarde het beroep van de vreemdeling gegrond en vernietigde het besluit. Zowel de vreemdeling als de staatssecretaris stelden hoger beroep in tegen deze uitspraak.
In het hoger beroep van de vreemdeling werd geoordeeld dat de aangevoerde gronden niet tot vernietiging van de uitspraak konden leiden. Het hoger beroep van de vreemdeling werd daarom kennelijk ongegrond verklaard. De staatssecretaris stelde in zijn hoger beroep dat de rechtbank ten onrechte had geoordeeld dat de politieverklaring van de vreemdeling authentiek was, terwijl Bureau Documenten had vastgesteld dat deze waarschijnlijk niet echt was. De Raad van State oordeelde dat de staatssecretaris zich in redelijkheid op dit standpunt kon stellen, mede gezien het thematisch ambtsbericht over Nepal en de gebreken in de documenten.
De Raad van State vernietigde de uitspraak van de rechtbank en verklaarde het beroep van de vreemdeling ongegrond. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak werd gedaan door de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op 31 oktober 2014.
Uitkomst: Het hoger beroep van de vreemdeling wordt ongegrond verklaard en het beroep tegen het besluit tot afwijzing van de verblijfsvergunning wordt verworpen.