ECLI:NL:RVS:2014:3855
Raad van State
- Hoger beroep
- J.H. van Kreveld
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing urgentieverklaring wegens hoofdelijke aansprakelijkheid hypotheek
Appellant heeft bij het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam een urgentieverklaring aangevraagd, welke is afgewezen omdat zij niet door de bank is ontslagen uit de hoofdelijke aansprakelijkheid voor de hypotheekschuld van haar voormalige gezamenlijke koopwoning.
Na bezwaar en een uitspraak van de rechtbank die het beroep ongegrond verklaarde, is hoger beroep ingesteld bij de Raad van State. Appellant betoogde dat het beleid van het college onredelijk is en dat het onredelijk is te eisen dat iemand ontslagen wordt uit hoofdelijke aansprakelijkheid voordat een urgentieverklaring wordt verleend.
De Raad van State oordeelt dat het beleid van het college, dat vereist dat schulden zijn geregeld en dat de hypotheek niet meer op naam staat van de aanvrager, niet onredelijk is. Appellant heeft haar stelling niet met bewijs onderbouwd en heeft ingestemd met de constructie waarbij haar voormalige echtgenoot de hypotheeklasten draagt zonder dat zij is ontslagen uit hoofdelijke aansprakelijkheid.
Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd, met een verbetering van de motivering. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de afwijzing van de urgentieverklaring bevestigd.