ECLI:NL:RVS:2014:3839
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- H.G. Sevenster
- N. Verheij
- Rechtspraak.nl
Vaststelling ongegrondheid beroep tegen afwijzing verblijfsdocument gemeenschapsonderdaan
De staatssecretaris wees op 15 januari 2013 een aanvraag van een vreemdeling om een verblijfsdocument als gemeenschapsonderdaan af te geven af. Na bezwaar verklaarde de staatssecretaris het bezwaar gegrond en gaf alsnog het document af, maar weigerde de kostenvergoeding.
De rechtbank verklaarde het beroep van de vreemdeling tegen de weigering van kostenvergoeding gegrond en bepaalde dat de staatssecretaris de kosten moest vergoeden. De staatssecretaris stelde hoger beroep in tegen deze uitspraak.
De Raad van State oordeelde dat de rechtbank onjuist had geoordeeld over de interpretatie van de verblijfsvereisten in de EU-richtlijn en dat het besluit van 15 januari 2013 niet onrechtmatig was. Hierdoor was geen grond voor kostenvergoeding. Het hoger beroep van de staatssecretaris werd gegrond verklaard, de uitspraak van de rechtbank vernietigd en het beroep van de vreemdeling ongegrond verklaard.
Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak werd gedaan door de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op 23 oktober 2014.
Uitkomst: Het beroep van de vreemdeling wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank vernietigd.