ECLI:NL:RVS:2014:3820
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- E. Steendijk
- N. Verheij
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak rechtbank inzake afwijzing machtiging voorlopig verblijf vreemdeling
De minister van Buitenlandse Zaken heeft op 2 januari 2013 een aanvraag van de vreemdeling om een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) te verlenen afgewezen. De staatssecretaris van Veiligheid en Justitie verklaarde het bezwaar van de vreemdeling tegen deze afwijzing ongegrond. De rechtbank Den Haag vernietigde dit besluit en bepaalde dat een nieuw besluit moest worden genomen. Zowel de staatssecretaris als de vreemdeling stelden hoger beroep in tegen deze uitspraak.
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State oordeelde dat de rechtbank ten onrechte het besluit had vernietigd wegens een vermeend bevoegdheidsgebrek, aangezien de staatssecretaris bevoegd was te beslissen. Tevens werd geoordeeld dat het gehoor van de vreemdeling, ondanks taalproblemen, zorgvuldig was verlopen en dat de tegenstrijdigheden in de verklaringen niet konden worden verklaard door communicatieproblemen.
Verder werd vastgesteld dat de vreemdeling en haar referent onvoldoende aannemelijk hadden gemaakt dat zij een duurzame en exclusieve relatie onderhouden, zoals vereist in het Vreemdelingenbesluit 2000. Het incidenteel hoger beroep van de vreemdeling werd ongegrond verklaard, het hoger beroep van de staatssecretaris gegrond, en de uitspraak van de rechtbank vernietigd. Het beroep van de vreemdeling werd uiteindelijk ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep van de vreemdeling wordt ongegrond verklaard en het besluit tot afwijzing van de machtiging tot voorlopig verblijf wordt bevestigd.