ECLI:NL:RVS:2014:3817
Raad van State
- Hoger beroep
- M.G.J. Parkins-de Vin
- N. Verheij
- J.J. van Eck
- Rechtspraak.nl
Vreemdeling niet-ontvankelijk verklaard in beroep tegen afwijzing asielaanvraag en inreisverbod
De vreemdeling had een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, welke door de staatssecretaris werd afgewezen en waarbij tevens een inreisverbod werd opgelegd. De rechtbank verklaarde het beroep van de vreemdeling tegen deze afwijzing ongegrond. De vreemdeling stelde hiertegen hoger beroep in, evenals de staatssecretaris incidenteel hoger beroep.
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State oordeelde dat de vreemdeling geen belang had bij de beoordeling van het beroep tegen de afwijzing van de asielaanvraag, omdat rechterlijke toetsing van de verblijfsvergunning in dit kader slechts aan de orde is bij beroep tegen een zwaar inreisverbod. De rechtbank had het beroep van de vreemdeling dan ook niet-ontvankelijk moeten verklaren.
De Raad van State vernietigde daarom het gedeelte van de uitspraak van de rechtbank waarin het beroep van de vreemdeling ongegrond werd verklaard en verklaarde het beroep niet-ontvankelijk. Het incidenteel hoger beroep van de staatssecretaris werd eveneens niet-ontvankelijk verklaard. Voor proceskostenveroordeling was geen aanleiding.
Uitkomst: Het beroep van de vreemdeling tegen de afwijzing van de asielaanvraag wordt niet-ontvankelijk verklaard en het incidenteel hoger beroep van de staatssecretaris niet-ontvankelijk.