ECLI:NL:RVS:2014:3789
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing verzoek registratie buitenlandse rechterlijke uitspraak in GBA
Appellant verzocht het college om een rechterlijke uitspraak uit Guinee, waarin zijn geboortedatum werd vastgesteld, als brondocument in de gemeentelijke basisadministratie persoonsgegevens (GBA) te registreren. Het college wees dit verzoek af omdat appellant reeds een Guinees paspoort had dat op 28 maart 2011 in de GBA was geregistreerd, waardoor de geboorte naar het oordeel van het college al was geregistreerd. Dit zou strijdig zijn met de Nederlandse openbare orde.
Appellant voerde aan dat hij het paspoort via een derde had verkregen en daardoor in een vicieuze cirkel zat, en dat het college een afwijkingsbevoegdheid had moeten toepassen. Ook stelde hij dat de situatie in strijd was met internationale verdragen.
De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat de gegevens in de GBA betrouwbaar en duidelijk moeten zijn en dat de Nederlandse openbare orde zich verzet tegen erkenning van buitenlandse rechterlijke uitspraken die niet aan de Nederlandse eisen voldoen. Omdat appellant zich niet op het standpunt stelde dat het geregistreerde paspoort ongeldig was, mocht het college ervan uitgaan dat de geboorte reeds was geregistreerd en de rechterlijke uitspraak niet erkennen.
Het beroep van appellant faalde en de Afdeling bevestigde de uitspraak van de rechtbank. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de afwijzing van het verzoek tot registratie van de buitenlandse rechterlijke uitspraak in de GBA wordt bevestigd.