ECLI:NL:RVS:2014:3779
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- J.A.W. Scholten-Hinloopen
- Z. Huszar
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek tot opheffing voorlopige voorziening bestemmingsplan Smakkelaarsveld
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State heeft bij tussenuitspraak van 29 januari 2014 de raad van de gemeente Utrecht opgedragen binnen zestien weken de gebreken in het bestemmingsplan Smakkelaarsveld, Binnenstad, te herstellen. Tevens werd bij wijze van voorlopige voorziening het besluit geschorst voor het plandeel met de bestemming 'Gemengd'.
De raad verzocht op 11 september 2014 de voorlopige voorziening gedeeltelijk op te heffen. Tijdens de zitting van 25 september 2014 waren partijen, waaronder FGH Bank en de raad, vertegenwoordigd door hun advocaten en gemachtigden.
De voorzitter oordeelde dat op grond van artikel 8:80b, vierde lid, van de Algemene wet bestuursrecht de voorlopige voorziening vervalt zodra de bestuursrechter een uitspraak doet als bedoeld in artikel 8:66, eerste lid. Omdat inmiddels in een andere zaak uitspraak was gedaan, was de voorlopige voorziening van rechtswege komen te vervallen. Daarom werd het verzoek tot opheffing afgewezen. Een proceskostenveroordeling werd niet opgelegd.
Uitkomst: Het verzoek tot opheffing van de voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat deze van rechtswege is vervallen.