ECLI:NL:RVS:2014:372
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- A.B.M. Hent
- N. Verheij
- Rechtspraak.nl
Toegangsweigering en vrijheidsontnemende maatregel vreemdeling bij Schiphol
De vreemdeling is op 6 november 2013 de toegang tot Nederland geweigerd en is een vrijheidsontnemende maatregel opgelegd. De rechtbank verklaarde het beroep tegen de toegangsweigering niet-ontvankelijk en het beroep tegen de vrijheidsontnemende maatregel ongegrond. De vreemdeling stelde hoger beroep in tegen deze uitspraken.
De Raad van State oordeelde dat de rechtbank het beroep tegen de toegangsweigering inhoudelijk had moeten behandelen omdat de vrijheidsontnemende maatregel op het moment van beroep nog van kracht was. De Afdeling vernietigde daarom dit deel van de uitspraak en beoordeelde het besluit tot toegangsweigering opnieuw. De vreemdeling voerde aan dat het Unierecht hem volledige toegang tot Nederland had moeten verlenen na zijn asielaanvraag, maar dit werd door de Afdeling verworpen.
De Afdeling verklaarde het beroep tegen de toegangsweigering ongegrond en bevestigde het oordeel van de rechtbank over de vrijheidsontnemende maatregel. Tevens wees zij het verzoek om schadevergoeding af. Er werd geen aanleiding gezien voor prejudiciële vragen over de uitleg van het Unierecht in deze context.
Uitkomst: Het beroep tegen de toegangsweigering wordt ongegrond verklaard, het beroep tegen de vrijheidsontnemende maatregel bevestigd en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.