ECLI:NL:RVS:2014:3700
Raad van State
- Hoger beroep
- A.W.M. Bijloos
- A.B.M. Hent
- J.J. van Eck
- Rechtspraak.nl
Bevestiging boete wegens overtreding Wet arbeid vreemdelingen door feitelijk werkgeverschap
De minister legde appellante een boete van €8.000 op wegens overtreding van artikel 2, eerste lid, van de Wet arbeid vreemdelingen (Wav) omdat zij een vreemdeling zonder tewerkstellingsvergunning arbeid liet verrichten. De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond, waarna zij hoger beroep instelde bij de Raad van State.
Appellante betoogde dat zij slechts als bemiddelaar optrad en niet als werkgever kon worden aangemerkt, en voerde aan dat de vreemdeling als zelfstandige zonder gezagsverhouding werkte. De Raad van State overwoog dat feitelijk werkgeverschap niet afhangt van een arbeidsovereenkomst of gezagsverhouding, maar van het feit dat iemand feitelijk arbeid laat verrichten. Uit verklaringen en rapporten bleek dat de vreemdeling mede ten dienste van appellante werkte en onder gezag van de stichting stond.
De Raad van State oordeelde dat de minister voldoende bewijs had geleverd dat de vreemdeling onder gezag van de stichting werkte en dat appellante als werkgever in de zin van de Wav kan worden aangemerkt. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de boete bevestigd. Een proceskostenveroordeling werd niet opgelegd.
Uitkomst: De Raad van State bevestigt de boete van €8.000 wegens het feitelijk laten verrichten van arbeid door een vreemdeling zonder tewerkstellingsvergunning.