ECLI:NL:RVS:2014:3675
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- H. Troostwijk
- J.J. van Eck
- Rechtspraak.nl
Bevestiging vernietiging afwijzing verblijfsvergunning asiel Noord-Koreaanse vreemdeling
De staatssecretaris van Veiligheid en Justitie wees op 8 april 2013 een aanvraag van een Noord-Koreaanse vreemdeling om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd af. De voorzieningenrechter verklaarde het beroep van de vreemdeling tegen dit besluit gegrond en vernietigde het besluit op 3 mei 2013. Zowel de staatssecretaris als de vreemdeling stelden hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
De staatssecretaris voerde aan dat de voorzieningenrechter ten onrechte had geoordeeld dat het besluit in strijd was met het gelijkheidsbeginsel, omdat eerdere besluiten uit 2011 en 2012 waarbij Noord-Koreaanse vreemdelingen wel een vergunning kregen, niet vergelijkbaar waren. Hij stelde dat sinds begin 2013 een verhoogde instroom van Noord-Koreaanse vreemdelingen een wijziging in de beleidslijn rechtvaardigde, waarbij werd betrokken of de vreemdeling zich redelijkerwijs onder de bescherming van Zuid-Koreaanse autoriteiten kon stellen.
De Afdeling oordeelde dat de staatssecretaris zijn vaste uitvoeringspraktijk mocht wijzigen vanwege de gewijzigde omstandigheden, ook al was de landeninformatie niet wezenlijk veranderd. Tegelijkertijd bevestigde de Afdeling de vernietiging van het besluit van 8 april 2013, omdat het beroep van de vreemdeling terecht was gegrond verklaard, zij het op andere gronden dan de voorzieningenrechter had aangevoerd.
De staatssecretaris werd veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van de vreemdeling ten bedrage van €487,00, toe te rekenen aan professionele rechtsbijstand. De uitspraak werd op 10 oktober 2014 in het openbaar uitgesproken door de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: De Afdeling bestuursrechtspraak bevestigt de vernietiging van het afwijzingsbesluit en veroordeelt de staatssecretaris tot proceskostenvergoeding.