ECLI:NL:RVS:2014:3663
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- G. van der Wiel
- J.J. van Eck
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak rechtbank over afwijzing verblijfsvergunning asiel en terugwijzing voor nadere beoordeling
Bij onderscheiden besluiten van juni 2013 en een aanvullend besluit in oktober 2013 heeft de staatssecretaris de aanvragen van twee vreemdelingen om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd afgewezen. De rechtbank verklaarde het beroep van de vreemdelingen gegrond, vernietigde de besluiten en bepaalde dat de staatssecretaris nieuwe besluiten moet nemen met inachtneming van haar overwegingen.
De staatssecretaris stelde hoger beroep in tegen deze uitspraak. De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State oordeelde dat de rechtbank ten onrechte had geoordeeld dat de staatssecretaris zich niet in redelijkheid op het standpunt kon stellen dat de asielrelazen van de vreemdelingen geen positieve overtuigingskracht hadden. De staatssecretaris had gemotiveerd dat de vreemdelingen onwaarheden hadden verteld over vertrekdatum, reden van vertrek en eerdere EU-verblijven, wat de geloofwaardigheid van hun asielrelaas aantastte.
De Raad van State vernietigde de uitspraak van de rechtbank en wees de zaak terug voor nadere beoordeling over de vraag of bij terugkeer naar Afghanistan een behandeling in strijd met artikel 3 EVRM Pro dreigt, mede gelet op de seculiere publicaties van de vreemdelingen. Tevens stelde de Raad de proceskosten in hoger beroep vast en bepaalde dat de rechtbank beslist over de vergoeding daarvan.
Uitkomst: De uitspraak van de rechtbank wordt vernietigd en de zaak wordt terugverwezen voor nadere beoordeling over het risico bij terugkeer naar Afghanistan.