ECLI:NL:RVS:2014:3659
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- A.B.M. Hent
- J.J. van Eck
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak rechtbank inzake afwijzing verblijfsvergunning asiel
De staatssecretaris van Veiligheid en Justitie wees op 16 april 2014 de aanvraag van de vreemdeling om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd af. De vreemdeling stelde beroep in bij de voorzieningenrechter, die op 28 mei 2014 het besluit vernietigde en de staatssecretaris opdroeg een nieuw besluit te nemen.
De staatssecretaris ging in hoger beroep tegen deze uitspraak en betoogde dat de voorzieningenrechter ten onrechte het oordeel over de geloofwaardigheid van het asielrelaas niet terughoudend had getoetst. Volgens vaste jurisprudentie behoort deze beoordeling tot de verantwoordelijkheid van de staatssecretaris en kan de rechter deze slechts terughoudend toetsen.
De Afdeling bestuursrechtspraak stelde vast dat de staatssecretaris zijn standpunt voldoende had gemotiveerd en dat er geen grond was om te concluderen dat het asielrelaas positieve overtuigingskracht had. De grief van de staatssecretaris slaagde, waardoor de uitspraak van de voorzieningenrechter werd vernietigd.
Vervolgens toetste de Afdeling het oorspronkelijke besluit van 16 april 2014 aan de beroepsgronden en oordeelde dat het beroep ongegrond was. Er was geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De Afdeling verklaarde het hoger beroep gegrond, vernietigde de uitspraak van de voorzieningenrechter en verklaarde het beroep van de vreemdeling ongegrond.
Uitkomst: Het beroep van de vreemdeling tegen de afwijzing van zijn asielaanvraag wordt ongegrond verklaard.