ECLI:NL:RVS:2014:3648
Raad van State
- Hoger beroep
- C.H.M. van Altena
- A.B.M. Hent
- A. Hammerstein
- Rechtspraak.nl
Bevestiging vergunning oliebollenkraam ondanks strijd met bestemmingsplan
Het college van burgemeester en wethouders van Weert verleende een standplaatsvergunning voor een oliebollenkraam naast het restaurant van appellant voor de periode 2012 tot 2016. Appellant maakte bezwaar tegen deze vergunning vanwege vermeende strijdigheid met het bestemmingsplan en het ontbreken van een omgevingsvergunning.
De voorzieningenrechter verklaarde het beroep van appellant ongegrond, waarna appellant hoger beroep instelde bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. De Afdeling overwoog dat het college de vergunning niet hoeft te toetsen aan het bestemmingsplan, omdat de Standplaatsenverordening bewust afwijkt van de modelverordening waarin strijd met het bestemmingsplan expliciet als weigeringsgrond is opgenomen.
De Afdeling concludeerde dat de ruimtelijke omstandigheden praktisch worden beoordeeld zonder dat het bestemmingsplan leidend is. Daarom was het college gerechtigd de vergunning te verlenen en was het hoger beroep ongegrond. De uitspraak van de voorzieningenrechter werd bevestigd.
Uitkomst: Hoger beroep ongegrond verklaard en vergunning voor oliebollenkraam bevestigd ondanks strijd met bestemmingsplan.