ECLI:NL:RVS:2014:3590
Raad van State
- Hoger beroep
- A.B.M. Hent
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening in hoger beroep verblijfsvergunning asiel
De staatssecretaris van Veiligheid en Justitie heeft op 22 mei 2014 het verzoek van de vreemdeling om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd afgewezen. De vreemdeling heeft hiertegen beroep ingesteld bij de rechtbank Den Haag, die dit beroep op 19 juni 2014 ongegrond verklaarde. Vervolgens heeft de vreemdeling hoger beroep ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State en verzocht om een voorlopige voorziening om te voorkomen dat zij wordt overgedragen gedurende de behandeling van het hoger beroep.
De voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak heeft het verzoek beoordeeld en geoordeeld dat er geen redelijke grond bestaat om aan te nemen dat de uitspraak van de rechtbank in hoger beroep zal worden vernietigd. Ondanks de aangekondigde overdracht op korte termijn, ziet de voorzitter geen aanleiding om de gevraagde voorlopige voorziening te treffen.
Daarom is het verzoek om een voorlopige voorziening afgewezen. Tevens is er geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak werd gedaan door voorzitter A.B.M. Hent op 23 september 2014 in aanwezigheid van griffier J. Verbeek.
Uitkomst: Het verzoek om een voorlopige voorziening wordt afgewezen en de vreemdeling zal worden overgedragen tijdens de behandeling van het hoger beroep.