ECLI:NL:RVS:2014:3548
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak rechtbank inzake herziening voorschotten kinderopvangtoeslag 2008-2009
De Belastingdienst/Toeslagen heeft bij besluiten van 13 september 2012 de aan wederpartij toegekende voorschotten kinderopvangtoeslag over 2008 en 2009 herzien en op nihil vastgesteld. Wederpartij maakte bezwaar tegen deze besluiten, welke door de Belastingdienst ongegrond werden verklaard. De rechtbank Rotterdam verklaarde de beroepen van wederpartij gegrond en vernietigde de besluiten, met de opdracht aan de Belastingdienst een nieuw besluit te nemen.
De Belastingdienst stelde hoger beroep in tegen deze uitspraak. De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State heeft de zaak behandeld en overwogen dat op grond van de Wet kinderopvang en de Algemene wet inkomensafhankelijke regelingen (Awir) degene die kinderopvangtoeslag wil ontvangen moet aantonen dat hij de kosten van kinderopvang volledig heeft voldaan.
Hoewel wederpartij heeft aangetoond dat een deel van de kosten is betaald, heeft hij niet aangetoond dat hij de volledige kosten heeft voldaan zoals blijkt uit de jaaropgaven. De Afdeling oordeelt dat zonder een schriftelijke overeenkomst conform artikel 52 Wko Pro geen aanspraak op kinderopvangtoeslag bestaat. De rechtbank heeft dit niet onderkend, waardoor het hoger beroep van de Belastingdienst slaagt en de uitspraak van de rechtbank wordt vernietigd. De beroepen van wederpartij worden ongegrond verklaard.
Uitkomst: De Afdeling bestuursrechtspraak vernietigt het vonnis van de rechtbank en verklaart de beroepen van wederpartij ongegrond.