ECLI:NL:RVS:2014:3544
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- H. Troostwijk
- E. Steendijk
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak rechtbank inzake intrekking verblijfsvergunning asiel wegens onvoldoende positieve overtuigingskracht
De minister voor Immigratie, Integratie en Asiel heeft op 17 juli 2012 de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd van de vreemdeling ingetrokken. De rechtbank Den Haag verklaarde het beroep van de vreemdeling tegen dit besluit gegrond en vernietigde het besluit, met de opdracht aan de staatssecretaris een nieuw besluit te nemen.
Zowel de staatssecretaris als de vreemdeling stelden hoger beroep in tegen deze uitspraak. De Raad van State oordeelt dat het hoger beroep van de vreemdeling kennelijk ongegrond is, omdat de aangevoerde gronden geen vragen oproepen die voor rechtseenheid of rechtsontwikkeling van belang zijn.
Het hoger beroep van de staatssecretaris is gegrond. De Afdeling stelt vast dat de rechtbank ten onrechte heeft aangenomen dat de vreemdeling tot de Tumal-bevolkingsgroep behoort en onvoldoende heeft gemotiveerd waarom de vreemdeling haar herkomst uit Mogadishu niet aannemelijk heeft gemaakt. De Raad van State benadrukt dat de staatssecretaris de beoordeling van de geloofwaardigheid van het asielrelaas terughoudend mag toetsen en dat positieve overtuigingskracht vereist is vanwege het ontbreken van documenten.
De Raad van State vernietigt de uitspraak van de rechtbank en verklaart het beroep van de vreemdeling ongegrond. Er is geen aanleiding tot een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: De Raad van State vernietigt de uitspraak van de rechtbank en verklaart het beroep van de vreemdeling tegen het intrekkingsbesluit ongegrond.