ECLI:NL:RVS:2014:3540
Raad van State
- Eerste aanleg - meervoudig
- P.J.J. van Buuren
- J.G.C. Wiebenga
- W.J. Deetman
- Rechtspraak.nl
Vernietiging bestemmingsplan Vreeland Oost wegens onvoldoende zorgvuldigheid en rechtszekerheid
Bij besluit van 18 december 2012 stelde de raad van de gemeente Stichtse Vecht het bestemmingsplan 'Vreeland Oost' vast. Hiertegen werden beroepen ingesteld door diverse appellanten, waaronder een vereniging en een bedrijf. De Raad van State deed op 1 oktober 2014 uitspraak na een tussenuitspraak waarbij de raad was opgedragen gebreken te herstellen.
De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat het oorspronkelijke besluit onvoldoende zorgvuldigheid vertoonde, met name omtrent het geuronderzoek en de afscherming van een voet- en fietspad dat tevens calamiteitenpad is. Het herstelbesluit van 11 maart 2014 werd deels vernietigd vanwege strijd met het rechtszekerheidsbeginsel, omdat de planregel verwees naar een niet nader gedefinieerd inrichtingsplan.
De Raad bevestigde dat de geurnorm van 1,9 OUE/m3 als 98-percentiel als aanvaardbaar hinderniveau geldt en dat het geuronderzoek voldoende was onderbouwd. Het beroep van de vereniging werd grotendeels niet-ontvankelijk verklaard, terwijl het beroep van de appellant die het bedrijf vertegenwoordigt gegrond werd verklaard. De raad werd veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht aan deze appellant.
Uitkomst: Het bestemmingsplan en het herstelbesluit werden deels vernietigd wegens onvoldoende zorgvuldigheid en strijd met rechtszekerheid, met proceskostenvergoeding aan appellant sub 2.