ECLI:NL:RVS:2014:3536
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- G. van der Wiel
- N. Verheij
- Rechtspraak.nl
Vernietiging terugkeerbesluit vreemdeling wegens onjuiste toepassing Dublinverordening III
Bij besluit van 13 maart 2014 heeft de staatssecretaris de vreemdeling opgedragen de Europese Unie binnen 28 dagen te verlaten. De vreemdeling stelde hiertegen beroep in bij de rechtbank Den Haag, die het beroep gegrond verklaarde en het terugkeerbesluit vernietigde. De staatssecretaris stelde hiertegen hoger beroep in bij de Raad van State.
De staatssecretaris voerde aan dat de rechtbank ten onrechte had geoordeeld dat de vreemdeling rechtmatig verblijf in Nederland had op grond van de Dublinverordening III, terwijl het asielverzoek van de vreemdeling op 3 juli 2013 bij Luxemburg was ingediend. De Raad van State bevestigde dat de Dublinverordening III niet van toepassing was en dat het asielverzoek in Luxemburg geen rechtmatig verblijf in Nederland genereert.
De Raad van State verklaarde het hoger beroep gegrond, vernietigde het vonnis van de rechtbank en verklaarde het beroep van de vreemdeling ongegrond. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep van de staatssecretaris wordt gegrond verklaard, het vonnis van de rechtbank vernietigd en het beroep van de vreemdeling ongegrond verklaard.