ECLI:NL:RVS:2014:3531
Raad van State
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Ongegrondverklaring beroep tegen besluit hogere waarden geluidbelasting Leidsche Rijn Centrum Noord
Het college van burgemeester en wethouders van Utrecht heeft op 1 november 2013 hogere waarden voor de ten hoogste toelaatbare geluidbelasting vastgesteld ten behoeve van het bestemmingsplan Leidsche Rijn Centrum Noord. De Industrie-Vereniging Lage Weide (ILW), die de belangen van bedrijven op het industrieterrein Lage Weide behartigt, stelde beroep in tegen dit besluit.
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State oordeelde dat ILW als belanghebbende kan worden aangemerkt omdat zij de belangen van bedrijven op het gezoneerde industrieterrein vertegenwoordigt. ILW betoogde dat het besluit in strijd is met de Geluidnota Utrecht 2014-2018 omdat niet aan alle ontheffingscriteria voor hogere waarden zou zijn voldaan en het plan geen positieve bijdrage levert aan de stedelijke structuur of akoestische kwaliteit.
De Raad van State stelde vast dat de Geluidnota 2014-2018 voorschrijft dat aan minimaal één ontheffingscriterium moet worden voldaan om hogere waarden te verlenen. Het college had terecht gesteld dat het criterium van een Vinexlocatie van toepassing is, aangezien Leidsche Rijn een door het Rijk aangewezen ontwikkelingslocatie is. Het beroep faalt daarom en het besluit wordt in stand gelaten. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep van ILW tegen het besluit hogere waarden geluidbelasting is ongegrond verklaard.