ECLI:NL:RVS:2014:3528
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking verlof voor het voorhanden hebben van vuurwapens door korpschef
Bij besluit van 17 november 2011 heeft de korpschef van politieregio Brabant-Noord het verlof van appellant voor het voorhanden hebben van vuurwapens ingetrokken. De staatssecretaris verklaarde het daarop ingestelde beroep ongegrond, en ook de rechtbank Oost-Brabant bevestigde dit bij uitspraak van 6 maart 2014. Appellant stelde hoger beroep in bij de Raad van State.
Appellant voerde aan dat hij geen misbruik heeft gemaakt of zal maken van het verlof, dat hij een goede naam heeft, geen strafblad en geestelijk gezond is. Tevens wees hij op een niet-onherroepelijke veroordeling voor bedreiging en het handelen in strijd met de Wet wapens en munitie, en gaf hij context bij de aangetroffen munitie die hij tijdelijk voor zijn schietvereniging had opgeslagen.
De Raad van State oordeelde dat appellant in hoger beroep niet heeft toegelicht waarom de overwegingen van de rechtbank onjuist of onvolledig zouden zijn. Daarom is het hoger beroep ongegrond verklaard en is de uitspraak van de rechtbank bevestigd. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het hoger beroep tegen de intrekking van het verlof voor het voorhanden hebben van vuurwapens is ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.